Bericht van Rick de Leeuw. Hij was t/m vrijdag 28 augustus Schrijver aan zee in Hoek van Holland.
Hoek van Holland, halte Badweg. Het grote parkeerterrein is op enkele wagens na leeg. Politielinten omzomen het wandelpad dat over de laatste duinrug leidt. Het uitzicht is fraai, de zee kalm, het strand is ondanks het mooie weer nagenoeg verlaten. Afgelopen zaterdag was deze plek het decor van een volslagen uit de hand gelopen strandfeest. Eén dode, meerdere gewonden, duizenden geschokte wereldbeelden. Vlaggen van Veronica en Jägermeister hangen slap langs hun masten. Grote borden geven nog altijd in hoofdletters aan waar munten te koop waren. Draglines graven nu nauwgezet het strand af. De nasleep kent vele gedaanten. Mannen in witte pakken lopen in slagorde over het terrein. ‘Ze onderzoeken elke zandkorrel,’ zegt een agent die zijn pauze gebruikt om in de zon een broodje te eten. ‘Dit mag nooit meer gebeuren.’
‘Ik was er zaterdag zelf niet,’ zegt de man van de broodjeszaak. ‘Maar indirect was ik er wel bij betrokken. Mijn vrouw is agente en ze had zaterdagavond dienst hier. Ze wisten vrijdag al dat er rottigheid zou gaan komen. Hooligans hadden aangekondigd naar deze party te komen om te rellen. Vrijdagmiddag had de politie extra ondersteuning van de ME aangevraagd. Nooit gekregen. Je ziet wat er van komt. Mijn baas heeft de zaak om acht uur ’s avonds gesloten en het personeel naar huis gestuurd. De sfeer was toen al zeer agressief. Ik mag blij zijn met zo’n baas, vind je niet?’
Hij wijst op een rijtje overvolle vrieskisten.
‘Beenham,’ zegt hij, ‘mooie beenham. Dat kunnen we nu allemaal wel weggooien.’ Hij kijkt over het strand uit en steekt een sigaret op. Verderop worden nieuwe ruiten geplaatst in een strandpaviljoen dat tijdens de schietpartij in de vuurlinie lag. ‘Ik zat de hele avond ongerust thuis en probeerde mijn vrouw te bellen, maar ze hadden uit voorzorg het telefoonverkeer platgelegd. Om te voorkomen dat er nog meer hooligans opgetrommeld zouden worden. Een oorlogsgebied was het. En mijn vrouw zat er middenin.’
‘Ze hadden die tyfuslijers allemaal moeten neerknallen,’ zegt de man bij de toiletgroep. ‘Beesten waren het. Handenvol pillen spoelden ze weg met bekers wodka.’ Hij wijst naar het damestoilet. ‘Er liep er eentje hier de hoek om, omdat hij haast had en de toiletten in wilde. Hij ramde zo met zijn kop bijna door de wand heen, want er is helemaal geen deur daar. Met een bebloede kop kwam hij terug en ging daar in de duinen staan zeiken. Had niets door, die gast. Ongelooflijk. Totaal losgeslagen. En niet ééntje, maar honderden van zulke gasten. De treinen kwamen al vanaf een uur of zeven ’s avonds gesloopt het station van Hoek binnenrijden. Feest noemen ze dat.’
Hij neemt een hap van zijn broodje. Van de politieman heeft hij een lunchpakket gekregen. ‘Een broodje tonijn en een flesje Fanta,’ bromt hij. ´Voor het eten hoef je ook al geen smeris te worden.´
Ik loop naar de strandbibliotheek en pak een boek. Genoeg van vandaag gezien voor vandaag. ‘Hoek van Holland in oude ansichten’. Blij dat er nog bibliotheken zijn.
Rick de Leeuw debuteerde in 2000 met zijn roman De laatste held. Drie jaar later verscheen zijn eerste dichtbundel Planeet jeugd. Volgende maand verschijnt zijn nieuwste boek Zuiderziel.
Bericht van Rick de Leeuw. Hij was t/m vrijdag 28 augustus Schrijver aan zee in Hoek van Holland.
Alles went, ook een zonnige middag aan zee naast een door de politie met hekken afgezet rampgebied. Ik herinner me mijn verontwaardiging van een paar jaar terug, kijkend naar een foto op de voorpagina: twee toeristen, daags na de verwoestende tsunami in Indonesië, liggend op luxe fauteuils, cocktail binnen handbereik, met een schitterend uitzicht op de totale ontreddering.
Ik overweeg een voortijdige aftocht als twee mannen richting strandbibliotheek komen gewandeld. Ze blijken in Hoek van Holland te wonen en in de plaatselijke krant hebben ze gelezen dat ik vandaag hier aanwezig ben. In hun jongere jaren zijn ze vaak naar optredens van de Tröckener Kecks geweest, de rockband waarvan ik lang de zanger was. Mijn verrichtingen als schrijver hebben ze sindsdien niet echt op de voet gevolgd, maar toch zagen ze reden genoeg voor een bezoek.
‘Wat heb je na de Kecks gedaan?’ De minst terughoudende van de twee is over zijn aanvankelijke koudwatervrees heen en stelt de vraag die ze allebei wilden stellen. De ander knikt instemmend. Dat wil hij inderdaad ook wel eens weten. Ik pak drie stoeltjes uit de bieb, geen fauteuils, en we besluiten tot een interviewsessie met mij als ondervraagde. De Pauw en Witteman van Hoek van Holland kennen al gauw geen grenzen meer, en een breed scala aan onderwerpen passeert de revue. Inclusief de recente schietpartij op het dancefeest, een onontkoombaar onderwerp.
´Er gebeurt in Hoek normaal nooit wat. En als er al eens iets gebeurt, dan is het altijd wat gezapigs voor de gehele familie. Een braderie is de meeste jaren het opwindendste dat een zomer hier te bieden heeft.´ Pauw en Witteman vallen even stil en kijken vol ongeloof naar de afrastering. ´En nu dit…´
Inmiddels zijn er twee dames aangeschoven. Ook zij zijn uit Hoek van Holland afkomstig. Pauw en Witteman blijken ze dan ook bij hun eigen namen te kennen. ´Mijn dochter heeft nog voor jou gewerkt,´ merkt de ene op. ´Hij is van de plaatselijke Albert Heijn,´ legt ze me uit. ´Een goeie baas, hoor, niets op aan te merken. Witteman haalt opgelucht adem. ´Misschien dat ik daar beter nog even een kijkje ga nemen, onze pauze zit er trouwens weer op.´ Ik neem afscheid van de twee heren en even later slenter ik langs de branding met de dames van Hoek.
‘Vorige week heb ik mijn oudste dochter naar Amsterdam verhuisd, eerstejaars Rechten. Leuke stad wel, Amsterdam. Oorspronkelijk kom ik uit Vlaardingen, maar uit Hoek zou ik nooit meer weg willen. Goed, ik ben ooit hier komen wonen voor de kinderen, met het idee dat ik terug naar de stad zou gaan als zij de deur uitwaren, maar het loopt toch altijd anders dan je denkt. Mijn vrienden wonen hier, heb ik de voorbije jaren geleerd. Hier ben ik thuis.’
Het is vijf uur, de bibliotheek gaat sluiten. De politie is nog volop bezig met het sporenonderzoek. Het NOS-journaal rolt de kabels uit en stelt de camera’s op voor een live-verslag. In de media is Hoek van Holland inmiddels synoniem voor de ondergang van het Avondland en van de algehele verwildering der zeden. En van vroeger was alles beter. Ik ben blij dat ik toch nog enkele mensen gesproken heb die een ander verhaal te vertellen hebben. Die het beeld bijstellen en het leven zachter kleuren.
Hoek van Holland, vanuit zee gezien begint hier juist weer de vaste grond onder de voeten.
Rick de Leeuw debuteerde in 2000 met zijn roman De laatste held. Drie jaar later verscheen zijn eerste dichtbundel Planeet jeugd. Volgende maand verschijnt zijn nieuwste boek Zuiderziel.
Bericht van Maren Stoffels. Zij was t/m woensdag 19 augustus Schrijver aan zee in Wassenaaar.
Vandaag was het een ongelooflijk warme dag…Na het ontbijt (chocoladebroodjes, vers brood met jam, kiwi en yoghurt) vertrok ik richting het strand. Daar was het alweer stukken drukker dan de afgelopen twee dagen. Dat beloofde wat! Na een snelle duik in het water, wat eindelijk op mijn temperatuur was (ik ben zó ’n koukleum…) was het alweer bijna tijd voor de verrassingsact van mij.
Toen er zo’n twintig kinderen waren gingen we beginnen. Ik heb eerst wat verteld over mij en over mijn boeken en toen ging de boel beginnen. In een grote stoet liepen we richting zee, waar de estafette zou beginnen. Het was nog een gedoe om iedereen bij elkaar te houden, maar we verzamelden aan de waterkant. Twee meisjes die er gisteren ook waren deden vandaag opnieuw mee. Ghislaine en Britt waren twee zusjes en ik vertelde Britt dat mijn nieuwste hoofdpersoon ook zo heet. De tweetallen werden opgeroepen en Dennis en Joey begonnen. Twee jongens, razendsnel. Ze haalden meteen een tijd van 01:29 minuten.
Vanwege het warme weer vonden die kinderen het helemaal niet erg om nat te worden en per tweetal moesten ze vallend en zwemmend naar Minke (mijn vriendin) toe. Daar kregen ze een vraag die, als ze goed hadden opgelet tijdens mijn verhaaltje, konden weten.
Hoeveel boeken heeft Maren geschreven? Waar is Maren geboren? Hoe heet haar eerste boek?
Antwoord fout, pech gehad, want dan moest je éérst drie rondjes om Minke heen zwemmen om vervolgens als een gek terug te gaan om je partner aan te tikken. Een jongenstweeling was heel snel, maar dachten dat ik zeven boeken had geschreven. Tsja, dat werden drie strafrondjes en ze eindigden op de vierde plaats.
Vooral Dennis en Joey bleken bloedfanatiek, en eindigden zelfs op de tweede plaats! Tweeling Wessel en Evert wilden toch ook graag winnen, en zij namen hun revanche in de tweede ronde. Wie nu nog zegt dat ik alleen meidenboeken schrijf…
Na een tweede race-rondje was het klaar en had ik voor alle kids die meededen nog een sleutelhanger en kaart. Uiteindelijk besloot ik om de hoofdprijs (een gesigneerd boek) aan iedereen te geven. Want ze hebben tenslotte allemaal als een gek lopen rennen. Het was een heerlijke dag en ik ben bruiner dan ik in twee weken Italië ben geworden. Als afsluiter aten we nog één keer in de Gouden Bal, een restaurant aan het strand. Daar zijn we in drie dagen vijf keer geweest, dus ze herkenden ons intussen al. Over herkennen gesproken… Gisterenavond zaten we te eten en zag ik ineens prins Friso aan een tafeltje een stuk tonijn naar binnen werken. Minke en ik voerden een hele discussie over of hij het nou was of niet. Er zat niks anders op en we vroegen het aan een medewerker van het restaurant. Ze keek, keek, keek nog een keer en begon toen te lachen. ‘Oooh, díe man? Dat is een vaste klant, die komt hier elke week!’
Lekker gênant.
Ik hoorde van de medewerkers dat de strandbibliotheek volgend jaar niet meer doorgaat, omdat er niet meer genoeg subsidie voor is. Ongelooflijk jammer, want ik heb veel blije mensen gezien die een boekje scoorde voor hun kind of een glossy voor zichzelf. Maar mocht de gemeente beslissen dat ze tóch doorgaan kom ik wat mij betreft volgend jaar gewoon weer..!
Maren Stoffels
Bericht van Maren Stoffels. Zij is t/m woensdag 19 augustus Schrijver aan zee in Wassenaaar.
Na een hele winderige, toch wel frisse maandag, stond vandaag de zon aan de strakblauwe hemel. En dat was te merken. Wassenaar-strand was druk!
Maar vóór ik me meldde als Schrijver-aan-zee was ik nog een ochtendje in Wassenaar bibliotheek zelf. En dat was zeker de moeite waard!
De bibliotheek van Wassenaar heeft een heel avontuur erop zitten. Waar ze eerst nog op de plek van de C1000 zaten moesten ze verhuizen. Er werd een noodgebouw beschikbaar gesteld, maar dat was tegenover Duinrell op een grasveld en alles moest zelf verhuisd worden. Duizenden boeken, allemaal in dozen. Ik dacht meteen aan mijn eigen verhuizing, een half jaar geleden. Hoe erg ik het vond om alles in te pakken. Vooral de boeken, die naar vier hoog gesjouwd moesten worden. Maar dat viel dus nog alles mee vergeleken met deze verhuizing…
Maar nu is alles goed opgelost en zitten ze aan de hoofdstraat, waar het een drukte van jewelste is. Binnen kreeg ik een rondleiding van Elly Nobel, die ons alles kon vertellen over de nieuwe bieb. Een prachtige ruimte met veel lekkere stoelen, internet, boeken en ook… een aquarium! Dat was wel een verrassing, want die heb ik nog nooit in een bibliotheek aangetroffen. Een prachtig effect had het en de kinderen vinden het natuurlijk geweldig!
Als je binnen komt zie je meteen een paar foto’s van de opening, die werd verzorgd door prinses Máxima. Zij kon alleen wel pas komen nadat ze haar dochter had weggebracht voor haar eerste schooldag. ‘Maar daar had iedereen begrip voor natuurlijk,’ zei Elly. Toen ik vroeg of ze zelf ook weleens wat kwam lenen antwoordde ze: ‘Ze zei dat ze na de vakantie zou komen met haar dochters, die vinden het echt geweldig hier.’
Ja, hier in Wassenaar kijken ze natuurlijk niet op van een prinses in de bieb of Albert Heijn.
Na de rondleiding was het tijd om terug te fietsen door de duinen, richting Wassenaarseslag. Daar wachtten er kinderen op mij om mee te doen aan de quiz, speciaal voor Wassenaar gemaakt. Vragen over mijn boeken, Wassenaar en natuurlijk over het koningshuis. Dat de eerste twee prinsesjes Amalia en Alexia heten wist iedereen nog wel, maar hoe heette die jongste ook alweer?
Na het invullen van de vragen was het tijd voor een klein stukje volkslied. Zelfs de twee jongens die er waren brulden vrolijk mee.
Toen ik vroeg of ze morgen terugkwamen knikten het meerendeel enthousiast JA. Ik ben heel benieuwd! Morgen is het namelijk alweer de laatste dag en het worden tropische temperaturen…
Ik ben pas twee dagen in Wassenaar, maar er zijn me al een heleboel dingen opgevallen.
1= Ze hebben een geweldig mooi strand, met weinig strandtenten.
2= Het dorp is heel gezellig.
3= Het ijs van Luciano’s is inderdaad heerlijk!
4= Kinderen zitten helemaal niet meer alleen achter de computer, maar lezen wel degelijk!
En:
5= Ik wil niet meer weg.
Een fotoverslag van dag drie van het auteursbezoek van Francine Oomen. Zij was t/m donderdag 13 augustus Schrijver aan zee in Brouwersdam. Op de laatste dag werd een collectief verhaal geschreven. Francine gaf de beginregels en iedereen mocht om beurten een aandeel leveren. Daarnaast was er ruimte voor signeren en een photoshoot. Iedereen wilde wel met Francine op de foto!
Een fotoverslag van dag twee van het auteursbezoek van Francine Oomen. Zij is t/m donderdag 13 augustus Schrijver aan zee in Brouwersdam.
De woensdagochtend begon met een strandontbijt. En nog voordat de regen met bakken uit de hemel kwam, werd een flinke strandwandeling gemaakt. Francine werd het hemd van het lijf gevraagd!
Een groot succes, zo kan de eerste dag van het auteursbezoek van Francine Oomen omschreven worden. Ondanks de gespannen gezichtjes van aanwezige kinderen, was de sfeer ontspannen. Francine had veel aandacht voor de kinderen tijdens het signeren en gaf antwoord op alle vragen. Ze had een tas vol Hoe-overleef-ik-prijzen meegenomen voor de tekenwedstrijd en quiz. Ook haar nieuwste boek Hoe oeverleef ik (zonder) dromen, die morgen pas in de boekhandel ligt, was op het strand verkrijgbaar!
Fotoreportage van dinsdag 11 augustus:
Bericht van Annejet van der Zijl. Zij was t/m vrijdag 31 juli Schrijver aan zee in Scheveningen.
Het strand en de bibliotheek: het waren de paradijzen van mijn jeugd. Ze lijken tegenstrijdig maar dat waren ze niet, want beiden betekenden vrijheid. In de bibliotheek in de eindeloze hoeveelheid verhalen waarmee je kon ontsnappen aan een vaak maar al te saaie werkelijkheid; aan het strand de ruimte van die onmetelijke zandbak, de belofte van de horizon en natuurlijk de zee, die altijd weer anders was en nooit verveelde. Op sommige dagen kon je je zachtjes laten wiegen in een vriendelijke watervlakte, op andere kon je alleen maar vol ontzag kijken naar het geweld waarmee ze haar golven boos uiteen deed spatten op het land. Zoals Loesje ooit terecht schreef: ‘Op het strand is niemand directeur.’ Nog steeds raak ik ontroerd van de aanblik van van die grote mannen, met in het echte leven vast hele belangrijke functies en bijbehorende pakken, die met het fanatisme van een achtjarig jongetje staan te scheppen aan hun zandkasteel terwijl iedereen weet dat het een paar uur later toch door de golven verzwolgen zal worden.
‘Kust’ is dan ook mijn favoriete woord in de Nederlandse taal. Aan de ene kant de meest actieve vorm van liefkozen, aan de andere kant het samengaan van land en zee. ‘Ik hou niet van het strand omdat het land daar op houdt,’ zei iemand ooit tegen mij. Maar ik hou juist zo van het strand, want daar begint de zee.
Een strandbibliotheek is dus een paradijs in het kwadraat. En al helemaal als hij staat in Scheveningen, waar ik dankzij mijn boeken zoveel voetstappen heb liggen. Overigens is hier wel degelijk een directeur, maar dan wel eentje zoals je je een strandbibliotheekdirecteur in een kinderboek voorstelt: verwaaid haar, bruinverbrand gezicht en een lichtelijk geagiteerde blik. Want stel dat er iets misgaat – dat een van zijn bibliotheekjes (zo groot zijn ze namelijk niet) wegwaait of wegspoelt, al dan niet met lezers en schrijvers erin? Verder zijn er lezers (‘Do you have anything from Shakespeare?’) , bezoekers (‘Wij zoeken een hotel’) en zowaar nog een andere schrijver, te weten Ronald Giphart, voorheen alleen een bekende op papier. Hij blijkt zijn grote talenten te paren aan een groot hart – iets wat in het schrijverswereldje lang niet zo vanzelfsprekend is als je zou denken – en is de meeste enthousiasmerende en ideale ambassadeur van het strandlezen die je je in kunt denken. Er tegen op concurreren is bij voorbaat een verloren strijd, zeker voor iemand zoals ik, die het liefst zélf met een fijn boek in een hoekje gaat zitten.
Gelukkig wisten de lezers míj te vinden. Om een handtekening in hun vaak al zichtbaar stukgelezen boek, om een gedeelde herinnering – aan de familie Nods, aan Annie Schmidt, aan pensioen Walda - of gewoon, om te praten over de boeken zelf, hun eigen leven of desnoods dat van mij. Ik tref dit soort mensen vaak tijdens lezingen in het land, maar daar heb ik als voorbijtrekkend eenvrouwscircus zelden de tijd om rustig met ze te praten - er staat immers altijd wel iemand achter die ook iets van me wil. Als writer-in-residence heb ik echter alle tijd en bovendien de mooiste omstandigheden van de wereld - want het zand tussen de tenen en het geluid van de branding in de oren. In die zin was het driedaags verblijf in de strandbibliotheek ook voor mij een unieke ervaring.
Maar hoe prettig zo’n mooie stranddag ook is, in het zonlicht is geen plaats voor de schaduwgestaltes uit het verleden, die zo’n grote rol spelen in mijn boeken en voor mij niet los te denken zijn van Scheveningen. Pas als de regendruppels grillige sporen trekken op de ramen van de strandtenten en de horizon door de hoge golven met een kartelschaar geknipt lijkt, krijgen die hun kans. Zoals Zus Schmidt, later ‘Annie M.G.’, die hier in september 1939 een zolderetage aan de Zeekant betrok met een al even onbeholpen en eenzame medestudente van de Haagse bibliotheekschool. Verrukt schreef ze in haar eerste brief aan haar moeder dat ze iedere ochtend meteen uit bed kon gaan zwemmen - of die laatste haar dan ook zo spoedig mogelijk vanuit Zeeland haar badpak kon toesturen?
Geheel toevallig woonde hier in dezelfde periode aan diezelfde Zeekant, slechts een paar huizen van Annie vandaan, een gezin wat haar zeker opgevallen moet zijn, al was het maar omdat multiculturele liefdes toen nog uiterst zeldzaam waren. En Pension Walda op nummer 56 werd gedreven door een heel zwarte, heel rustige jongeman, zijn duidelijk wat oudere, maar altijd even opgewekt en flinke Hollandse vrouw. Samen hadden ze zoontje, een aanvallig bruin jongetje met knalblauwe ogen dat ze ‘Sonny Boy’ noemden.
Het is, bedacht ik, maar goed dat ze niet wisten dat hun innig geliefde Sonny Boy zijn eigen beeltenis, gefotografeerd door zijn vader en in brons gegoten door beeldhouwster Teus van der Berg, zeventig jaar later zou gaan onthullen op steenworp afstand van het pension. Want dan hadden ze ook moeten weten welk een verdrietig lot hun gezin te wachten stond, iets wat anno 1939 –gelukkig- nog onvoorstelbaar was.
Sinds kort heb ik er een Scheveningse schim bij. En wel niemand minder dan de kleine, parmantige vorst van Lippe, een dwergstaatje in het hart van het Europese continent. Als zoveel Duitse royalty tijdens de Belle Epoque placht Leopold VI in de zomermaanden met zijn gezin te kuren in toen nog uiterst exclusieve Scheveningen. Op een warme zomerochtend aan het einde van de junimaand van 1911 ontving hij een spoedtelegram van zijn broer met daarop de tekst: ‘Gezonde jongen gearriveerd - Berni’. Enkele dagen later volgde een brief met een uitvoerig verslag. ‘De baby is heel schattig en woog bijna acht pond bij zijn geboorte,’schreef de kersverse vader verrukt. ‘Ik kan je nauwelijks beschrijven hoe gelukkig we zijn! De stralendste ouders met de liefste kleine jongen!’
En daarmee begint weer een ander verhaal, waarmee ik nu - wat bruiner en meer uitgerust dan vóór ik naar de strandbibliotheek vertrok - weer verder ga.
Augustus 2009, Annejet van der Zijl
NB: Annejet van der Zijl werkt op dit moment aan een boek over het leven van Prins Bernhard, dat naar verwachting in februari 2010 zal uitkomen.
Bericht van Ronald Giphart, t/m zaterdag 1 augustus Schrijver aan zee in Monster. Over dat twee en drie, vrijdag 30 juli en zaterdag 1 augustus:
Ik lig met mijn laptop op schoot in een fatboy (als ik deze zin twintig jaar geleden zou hebben geschreven, zou ik geen idee hebben gehad wat ik ermee zou hebben bedoeld). Het is zaterdagmiddag, mijn verblijf op het Monsterse strand loopt ten einde, tijd om loom achterover te zakken en de afgelopen dagen te projecteren op de binnenkant van mijn oogleden.
Oké, eergisteren was een onstuimige dag. Na een heftig begin en een redelijk kalme middag, begon de avond spectaculair met slagregens, donderwolken en windhozen. Organisatrice Catherine Theissens maakte zich zenuwachtig zorgen of de mensen wel zou komen, maar ze onderschatte haar publiek: moedig trotseerden ruim twintig suïcidaal ingestelde lezeressen het gevaarlijke noodweer, voor een lezing in de strandtent Bij Ons.
Het water liep onder de deur door het paviljoen binnen en immens grote druppels roffelden ritmisch op het houten dak, wat de voorleesbeurt een oudtestamentisch sfeertje gaf: de zondvloed overspoelde de aarde, maar in een ark op een strand bij het Westland bleef één schrijver onverdroten verder voorlezen.
Gelukkig klaarde het weer gisteren op. Bij het onderdeel ‘speeddaten met een strandbibliotheek-auteur’ kwam de 29-jarige Martin uit Zoetermeer naar het Monsterse strand voor een ontmoeting voor een – en we hechten er beiden waarde aan dit expliciet te vermelden - niet-seksuele ontmoeting met schrijver dezes.
Strandbibliotheek-medewerksters Marjolein en Monica wisten Martin te overreden te blijven in Monster, zodat hij gisteravond mee kon met een andere zomerse activiteit: een rondvaart over de fruitkanalen van het Westland.
We gaan terug in de tijd. De (Groote) Gantel is een oude getijdekreek die in vroegere eeuwen in directe verbinding stond met de Noordzee. De afgelopen decennia heeft het riviertje dienst gedaan om fruit en bloemen van telers naar de veiling of markt te vervoeren. De laatste jaren zien de bewoners voornamelijk rondvaartboten, verbindingsscheepjes en natuurlijk het Varend Corso (als met bloemen, planten, fruit en groente versierde boten over het water varen).
Gisteravond maakte een groep lezers op instigatie van de strandbibliotheek een tweeënhalf uur durende ‘literaire boottocht’ over de Westlandse waterwegen, langs een schier ontelbare reeks kassen en tuinderwoningen. Toen we bijna weer terug waren in de haven van Monster stelde iemand mij de vraag wat ik ervan vond om op deze wijze voor te lezen voor publiek. Dat was een wezenlijke vraag: waarom doe ik wat ik doe? Op dat moment hing de zon groot en rood boven de kassen, het avondlicht werd weerkaatst in zowel het tuindersglas als het water van de Gantel.
‘We zijn hier met een unieke groep lezers bij elkaar,’ zei ik. ‘De zon gaat onder, de zachte avondbries waait over het rustig kabbelende water. We hebben iets gedronken, ik heb geprobeerd u te vermeien met mooie woorden, weldra gaan we van boord met de gedachte dat deze gebeurtenis nooit meer zal worden herhaald, omdat we hierna ieder onze eigen wegen zullen gaan en we elkaar nooit meer in deze samenstelling zullen zien. Wat overblijft is de herinnering aan die zon, die bries, het water en de gedachte dat we die ene avond, in juli, in 2009, op het water, met deze groep elkaar onbekende lezers tevreden en mogelijk zelfs gelukkig zijn geweest.’
Dat was geen antwoord op de vraag, maar ik geloof niet dat de steller daarmee zat.
Ronald Giphart
Het waait in Scheveningen.
Na eerst de woeste zee te hebben bewonderd, trok Annejet van der Zijl zich terug in de strandbibliotheek. Windstil...
Bijzondere bezoekjes in de middag: Maria Peters (regisseur van de film Sonny Boy) en een dame die in het huis woonde waar Sonny Boy een belangrijk deel van zijn jeugd doorbracht (Zeekant 56). Ook heel bijzonder: familie van Sonny Boy kwam langs om te praten over het boek. Sefanja Nods (de schoondochter van Sonny Boy) bleef de hele middag.
Een fotograaf van AD/Haagsche Courant kwam aanwaaien voor een foto met Annejet, Maria Peters en Sefanja Nods.
| ma | di | wo | do | vr | za | zo |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 |
Laatste reacties